“De dans legt dingen in de muziek bloot die je eerder niet hoorde” – magazine Luister

Liza Ferschtman, Maya Fridman, Elisabeth Hetherington, Claron McFadden, Lavinia Meijer, Cello Octet Amsterdam, Nederlands Blazers Ensemble, het Orkest van de Achttiende Eeuw: het zijn slechts enkele van de tientallen musici, zangers, ensembles en orkesten met wie en waarmee choreografen Andrea Leine en Harijono Roebana hebben samengewerkt. In hun nieuwe productie Farewell Future Welcome World gaat het duo voor de derde maal het avontuur aan met de Javaanse componist Iwan Gunawan en zijn gamelanensemble Kyai Fatahillah, maar ook met een nieuwe muzikale partner: Black Pencil. “We vormen één grote oceaan, alleen zijn er wat golven die botsen en interfereren.”

Tekst: Astrid van Leeuwen.

Ze noemen het een trilogie, maar eigenlijk is Farewell Future Welcome World dat niet, zegt Andrea Leine. “We gebruiken dat woord vooral om aan te geven hoezeer deze nieuwe productie verbonden is met de eerdere producties waarin we samenwerkten met Indonesische dansers, musici en componist Iwan Gunawan (Ghost Track uit 2011 en LIGHT uit 2016 – red.). Maar ‘trilogie’ doet vermoeden dat we de samenwerking met dit derde deel afronden en dat is zeker niet onze intentie.”
Integendeel misschien zelfs wel. Andrea: “We zijn als LeineRoebana recent ongeveer de helft van onze subsidie kwijtgeraakt, en dan ga je scherper kiezen: welk project wil je absoluut nog doen? En eigenlijk wisten we dat meteen: nogmaals de verbinding zoeken met de Indonesische dansers, met Iwan en zijn gamelanensemble Kyai Fatahillah.”

Die vurige wens om opnieuw met de Javaanse componist en zijn ensemble samen te werken, bleek inmiddels ook elders in Nederland te bestaan: bij de musici van Black Pencil. Blokfluitist Jorge Isaac: “Wij creëerden in 2022 met Iwan en Kyai Fatahillah Topeng Masquerade en dat was een fantastische ervaring. De rijkdom aan kleuren en klanken van de gamelan bleek een uitstekend huwelijk te zijn met de unieke setup van Black Pencil (blokfluit, panfluit, altviool, accordeon en percussie – red.). Na de concerten in Nederland en Indonesië hadden we allemaal iets van: wow, dit was gaaf! Dit is absoluut voor herhaling vatbaar. En met wie konden we dat beter doen dan met LeineRoebana? Niet alleen omdat zij al een hechte band met Iwan en zijn ensemble hadden, maar vooral ook omdat zij als dansgezelschap muziek en musici al jaren een prominente plek geven in hun voorstellingen.”

Fysiek theater

Die doelbewuste keuze voor live-dans met live-muziek maakten Leine en Roebana (wier gezelschap inmiddels vijfendertig jaar bestaat) al zo’n vijfentwintig jaar geleden. Harijono Roebana: “Bij de opkomst van internet werd ons meermalen gevraagd: ‘Willen jullie nog wel live-choreografieën maken, nu dat ook digitaal kan?’ En toen realiseerden we ons heel duidelijk: we willen fysiek theater maken en daar hoort ook de fysieke dimensie van het produceren van geluid bij. De muziek, de musici moeten onderdeel van het visuele spektakel zijn.”
Andrea: “We dansen dus ook niet óp muziek. Hoe de muziek zich bij een productie ontwikkelt en ontvouwt, gaat gelijk op met het creëren van onze bewegingstaal. En ja, de musici bewegen daarbij ook en sommige zangers hebben daadwerkelijk gedanst, maar het gaat ons er niet om dat we hen een pasje willen laten doen. Het gaat erom dat we de ruimtelijkheid van de muziek willen benutten en dat alle performers gelijkwaardig zijn, en dus zitten musici bij ons nooit in de orkestbak of in een hoek.”
Harijono: “Maar het moet ook geen gedoe worden. We willen geen overbodige beweging.”
Over hoe dat er in de praktijk uitziet, zegt Black Pencil-percussionist Enric Monfort: “Andrea en Harijono nemen tijdens de repetities het voortouw, zij leiden de scène als het ware. Vooralsnog heb ik als percussionist vooral wat kleine ‘loopdingen’ met een gong of cajón gedaan, maar een fysiek heel sterke scène is bijvoorbeeld die waarin Jorge en panfluitist Matthijs Koene aan weerzijden van het podium een fluitduel houden.”

Ook de muzikale opbouw en dramaturgie worden in gezamenlijkheid ontwikkeld. Enric: “Iwan heeft ons diverse muzikale schetsen gestuurd en stuurt ons nog steeds muziek. In nauw overleg met Harijono en Andrea kijken wij dan wat er nodig is.” Jorge: “We geven elkaar ook graag huiswerkopdrachten. Vaak hebben wij in de ochtend – voor de komst van de dansers – tijd om bepaalde dingen uit te werken, en na onze gezamenlijke repetitie werken Andrea en Harijono verder met de dansers aan een opdracht of uitdaging.”

De klank van Indonesië

Er zullen in de voorstelling ook andere composities gebruikt worden – zo wordt er vooralsnog gewerkt met oude muziek van Costanzo Festa en Diego Ortiz – maar de nadruk ligt op Gunawans composities, waarbij dus ook een belangrijke rol voor de gamelan is weggelegd. Andrea: “Onze fascinatie voor dit instrument ontstond per toeval, tijdens een concert in het Amsterdamse Tropentheater, en staat dus los van het feit dat Harijono half-Indonesisch is.”
Harijono: “Dat wij met Indonesische kunstenaars zijn gaan werken, is niet het gevolg van een zoektocht naar mijn afkomst of identiteit. Toen wij Ghost Track maakten, was ik aanvankelijk vooral geïnteresseerd in de muziek, in de klank van Indonesië. En omdat muziek en dans er zo verweven zijn, kwamen we via de gamelan in contact met de drie dansers met wie we nu ook weer werken.”
Andrea: “Ghost Track was in feite simpelweg een ontmoeting tussen twee culturen.”
Harijono: “Vervolgens hebben we met LIGHT een soort woest spektakel gecreëerd, waarbij we zeiden: álles is mogelijk. We gingen daarbij uit van de metafoor van de meerkoet: hoe divers het materiaal ook is waarmee hij zijn nest bouwt, hij is heel bewust bezig om met al die verschillende materialen één homogeen, sterk bouwsel te creëren.”
Andrea: “Als mensen en als kunstenaars wilden wij hetzelfde doen: ook al verbindt onze achtergrond ons niet, ons doel verbindt ons.”

Handen als betekenisdragers

Ook aan de nieuwe productie Farewell Future Welcome World ligt een metafoor ten grondslag. Harijono: “We hebben allemaal onze specifieke achtergrond en onze eigen ‘dataset’, maar voor het grootste deel zijn we een. Ofwel: we vormen één grote oceaan, alleen zijn er aan de oppervlakte wat golven die botsen en interfereren. Dat zijn de verschillen en het is geweldig om daarmee te spelen.”
Andrea: “Wat vooral zo inspirerend is aan het werken met de Indonesische dansers is dat zij dezelfde urge als wij voelen om op onderzoek uit te gaan in het lichaam.”
Harijono: “Door onze eerdere samenwerkingen met hen is onze manier van denken enorm beïnvloed. Het meest zichtbaar is dat in onze bewegingstaal. We zijn bijvoorbeeld veel meer met handen en gebaren gaan werken. En waar die handen voorheen simpelweg het verlengde van een arm waren, die we als het ware meetkundig in de ruimte plaatsten, zijn het nu betekenisdragers op zich, waarmee je associaties kunt oproepen.”
Andrea: “Die beïnvloeding is wederzijds. Een losse armzwaai maken was bij onze eerste kennismaking bijvoorbeeld heel moeilijk voor hen, omdat Indonesische dansers zo gewend zijn om spanning op hun armen en handen te zetten.”
Harijono: “We zijn nu acht jaar verder, sinds onze laatste samenwerking. In de tussentijd zijn de dansers ieder andere richtingen opgegaan, van spirituele verdieping tot zombiefilms en andere commerciële projecten. Dus we zijn benieuwd wat er veranderd is, wat er rest van hun traditie en van onze eerdere samenwerkingen. We willen vooral ruimte maken voor de dialoog.”

Universele gevoelens en gedachten

Jorge: “Met dansers en musici uit zowel Nederland als Indonesië is dit een complexe productie. We wisten dus vanaf de start dat het uitwerken van het concept beter bij één partij – Harijono en Andrea – kon liggen, maar het proces is heel organisch verlopen. We hebben uitvoerige gesprekken gevoerd en waren het al snel over dit prachtige interculturele concept eens. Daarbij zei ik in eerste instantie tegen Harijono: ‘Waarom ga je niet uit van je eigen verhaal en herinneringen?’, maar uiteindelijk besloten we dat deze productie niet over één persoon moest gaan, maar over universele gevoelens en gedachten.”

De titel Farewell Future Welcome World geeft daarbij aan, aldus Andrea, “dat het totaal onduidelijk is wat de toekomst ons te bieden heeft en dat we dus maar het beste kunnen verwelkomen wat op ons pad komt. Dat geldt voor ons als choreografenduo, met alle bezuinigingen waarmee we zijn geconfronteerd, maar dat geldt natuurlijk ook voor de wereld als geheel.”
Harijono: “Die titel geeft je wellicht een handvat om naar de voorstelling te kijken. Maar dit is bij uitstek een productie waarbij de toeschouwer zelf de sleutel in handen heeft om te kijken wat hem of haar aanspreekt en wat hij of zij eruit haalt.”

Verslavend

Wat de choreografen het meest verrast heeft aan de samenwerking met Black Pencil? Harijono: “Dat de musici zo ongelooflijk self supportive en proactief zijn. Dan bedenken Andrea en ik bijvoorbeeld dat we een bepaald koorstuk willen gebruiken en voor we het weten hebben zij dan al een transcriptie gemaakt en uitgevlooid wie welke noten moet spelen of zingen.”
En andersom? Jorge: “Dat Andrea en Harijono al heel vroeg in het repetitieproces doorlopen willen houden. Zelfs wanneer het materiaal nog heel raw is en als een soort Frankenstein oogt en klinkt, roepen zij al: “Laten we alles een keer vanaf het begin doornemen, om te kijken hoe het voelt”. Voor ons als musici was dat heel verfrissend en het geeft ons ook ideeën voor onze eigen muzikale praktijk.”
Sowieso levert de samenwerking, aldus Jorge, veel nieuwe inzichten op. “Dans is een totaal andere taal en wanneer je muziek met choreografie combineert levert dat dus ook nieuw vocabulaire en een nieuw verhaal op. Daarbij is de manier van werken volstrekt anders: waar wij een kort stuk van Festa normaliter maar één keer spelen, herhalen Andrea en Harijono het gerust een paar keer. En ook al speel je de muziek dan exact hetzelfde, deze krijgt – door de dans – dan toch een totaal andere lading.”
Enric: “Niet alleen voor de toeschouwer, ook voor ons als musici. Je begint een bepaald muziekstuk te spelen en dan start een danser met zijn solo, en alleen al diens bewegingen brengen je naar een andere plek. Plotseling wordt alles emotioneler, of openbaart zich – ook in de muziek – een totaal ander gevoel. De dans versterkt de muziek dus en legt dingen bloot die je tot dan wellicht niet gehoord of gevoeld had.”
Jorge: “Het is ook verslavend. Als we straks klaar met deze productie zijn en weer alleen concerten gaan geven dan mis je – net als
een danser die zonder livemuziek optreedt – echt iets. Tegelijkertijd hopen we dat we van deze samenwerking blijvend iets mee te nemen, zodat we straks, ook zonder een danser in de buurt, diezelfde full spirit ervaren.”

Dit artikel verscheen in magazine Luister, januari 2025